Zo groot en soms toch nog zo klein

Zo groot en soms toch nog zo klein

X

Ze doet standaard haar t-shirt in d’r broek, wil net als de vierdeklassers Adidas slippers en in plaats van Skechers zijn het onlangs witte (ja echt, wit!) sportschoenen geworden. Ook heeft ze besloten om nog 1 keer haar haren te doneren aan Stichting Haarwensen om daarna voor altijd zelf te mogen beslissen wat ze met haar haar wil doen. Ze wordt groot en hoewel ik vroeger met mijn handen in het haar zat, zitten we nu mooi op 1 lijn. Ze is lief, denkt mee, is te hanteren. Natuurlijk is ze nog steeds druk, kan ze snel van 0 naar 100 of 180 en zitten haar emoties hoog. Maar dat mag, dat is haar karakter en we weten er nu goed mee om te gaan. Belangrijker nog; ze weet wanneer het teveel is en hoe ze moet reageren.

En dan nu wordt ze nog een keer grote zus. Een rol die ze al bijna 6 jaar vol overgave op zich heeft genomen. De meiden zijn zo op elkaar ingespeeld en zijn echte zussen. Ze halen het beste in elkaar boven, maar ook het slechtste. Ze helpen elkaar, laten elkaar vallen, negeren elkaar en hebben elkaar soms keihard nodig. Maar waar de een wel ziet waar het schip strandt met het nieuwe broertje of zusje, is de ander toch een beetje overweldigd de laatste tijd.

Ze zit vol vragen. Vragen waar ik niet altijd antwoord op kan geven. Ik kon ze eerst alleen maar zeggen dat de baby vanaf de kerstvakantie geboren mag worden. Maar nu de kerstvakantie op zijn einde is, is de tijd dus ook gekomen dat er onze nieuwe wereldburger binnenkort het levenslicht ziet en dat… dat is niet te bevatten. Want wanneer komt hij dan? Wat als het ‘s nachts gebeurd, blijf ik dan alleen thuis? Waar moet ik dan naar toe? Ik wil er niet bij zijn als je bevalt, dan blijf ik in de kinderkamer. Hoe geef ik de baby een fles, die melk heb ik niet.

Het is zo lastig om haar aan te geven hoe het verloopt, want we weten het niet. Ik kan niet zeggen dat wanneer de baby komt, ik kan niet zegen waar ze dan slapen of gewoon zijn, ik kan niet zeggen of ik in het ziekenhuis moet blijven, ik kan niet eens zeggen of ze een broertje of zusje krijgen.

Dus ze worstelt. Ze huilt. Ze is enthousiast en raakt daarna weer in paniek. Voor haar zou ik de tijd een maandje vooruit willen draaien. Ik moet weer terug naar de basis met haar. Ik mag er niet vanuit gaan dat ze het wel gaat rocken dat grote zus zijn van een baby. Ik moet haar uitleggen dat ze niet verantwoordelijk is voor mij, niet voor de baby of voor haar zusje. Het is heel fijn als ze me kan helpen, maar een baby vasthouden dat gaat in eerste instantie gewoon veilig op de bank. Er komt geen baby in haar bed te slapen en een bevalling is iets dat ik zonder kinderen doe, maar zij kunnen dan het overal terecht. Hun basis is goed, ik moet erop vertrouwen.

Ook al gaan we een lastige periode tegemoet, met veel onzekerheid en daardoor waarschijnlijk meer emoties. Maar zolang de zusjes elkaar hebben en ze over haar angsten en onzekerheden durft te praten, dan heb ik er alle vertrouwen in dat het wel goed komt.