Hoe vertelden wij Eva over de dood?

Het overlijden van oom Frans, betekende ook dat we Eva voor het eerst moesten vertellen dat er iemand dood was. Maar hoe vertel je nou kinderen over de dood? Ze is vier en leeft in een sprookjeswereld. Ze is wel veel met de dood bezig, maar dan zegt ze bijvoorbeeld: “Als ik doodga, dan komt mijn prins (Percy) mij weer wakker kussen.” Of dan zegt ze tegen Floris: “Jouw papa leeft niet meer. Als jij doodgaat, dan word ik een reus…” Wat mij betreft maakt ze er iets van waar zij zich prettig bij voelt. Maar ik wil ook graag dat ze weet dat de dood wel serieus is en dat diegene niet meer terugkomt en dat in dit geval mijn tante (en wij ook) verdrietig zijn.

We vertelden dat oom Frans, waarvan ze wist dat hij in het ziekenhuis lag en niet meer beter kon worden, dood was gegaan. Haar eerste reactie was: “Maar dan ga ik hem zo ontzettend missen!” Niet veel later zei ze ook direct dat ze al haar vriendjes in Nederland ook zo enorm mist. Logisch. Daarmee was de kous wel een beetje af. We moeten het bij Eva vaak niet te groot maken. Het was tenslotte al avond en misschien dat ze dan er ‘s nachts niet van kan slapen. Uiteindelijk ging ons gesprek aan tafel nog wel verder, want waar is oom Frans dan nu?

Welk verhaal vertel je?

Zijn lijf gaat in een kist en dan? Wij zijn allebei niet van ‘dan word je een sterretje’ en ook zijn we niet gelovig. Voor ons was het daarom ook even zoeken naar wat ‘ons verhaal’ moest worden. Wat willen we de kinderen meegeven over de dood? Uiteindelijk werd het verhaal eerlijk. ‘Als je doodgaat, dan ga je naar een geheime plek en niemand die weet waar die geheime plek is.’

Daarna hebben we Eva verteld hoe andere mensen erover denken. Dat sommige mensen denken dat je een ster aan de hemel wordt en anderen denken dat je op een mooie plek terecht komt die de hemel heet. Dat sommige mensen denken dat je een engel wordt en anderen weer dat je terugkomt als iemand anders, misschien wel een poes of konijn. Hierdoor kreeg Eva de ruimte om haar eigen fantasie de vrije loop te laten en haar eigen gedachtes hierover te vormen.

“Oom Frans is denk ik op een geheime plek bij de mooiste regenboogwolken.”

Kijken of niet?

Eva vroeg al vrij snel of ze naar oom Frans mocht kijken hoe hij in zijn ‘schatkistje’ (heb je ooit zoiets liefs gehoord?) lag. Gewoon uit nieuwsgierigheid. Wanneer het mogelijk was geweest en mijn moeder en tante hun goedkeuring eraan hadden gegeven, dan hadden we haar wel laten kijken denk ik. Het was alleen niet mogelijk, de kist werd vooraf al gesloten en daarmee was de kous af. Ergens vind ik het niet nodig om kinderen dit te laten zien, aan de andere kant hoort de dood bij het leven… Het is per situatie afhankelijk denk ik.

En nu?

Inmiddels hebben we de mooie, indrukwekkende begrafenis achter de rug waarbij Eva (en ook de rest van de kinderen) zich supergoed hebben gedragen. Eva is wel veel bezig met haar oom. Ze vond de begrafenis zelf heel zielig en heeft ook echt wel door dat ze haar oom niet meer kan zien. Soms is ze ineens uit het niets eventjes in mineur. Ik vroeg haar of ze dan een foto in haar kamertje wilde hebben, zodat ze altijd naar hem kon kijken. Dat vond ze ook niet nodig: “Zet maar een foto op mijn iPad!”

Hebben jullie weleens nagedacht over welk ‘verhaal’ je je kind(eren) meegeeft?

Filed under Kinderen, Opvoeding
Tagged ,
[prisna-google-website-translator]
%d bloggers liken dit: