Tweetalig opvoeden

Regelmatig krijg ik vragen hoe wij de kinderen tweetalig opvoeden. Niet alleen van het thuisfront en jullie lezers, maar ook van de mensen hier in Zwitserland. Het is heel makkelijk. Wij spreken tegen de kinderen Nederlands. Al het andere; het Duits en het Zwitserduits leren ze niet thuis, maar buitenshuis.

Tweetalig opvoeden: thuis

Ik heb met de kinderarts overlegd en hij kwam met een deze opmerking: Spreek tegen je kinderen alleen de taal die je zelf goed beheerst. Ons Duits is niet goed genoeg om de kinderen goed Duits te leren. Ik mis bijvoorbeeld heel veel woorden, ken de naamvallen niet (meer) en weet ook echt niet meer of het das, die of des is. In Zwitserland is dat overigens totaal niet boeiend. Hier wordt alles ingeslikt en in plaats van das of die zeggen de d’. We willen natuurlijk dat de kinderen goed Duits leren en dat moeten ze van het begin af aan doen. Het zou toch wat zijn als we weer dingen moeten afleren.

Tweetalig opvoeden: op straat

Op straat praat ik ook gewoon Nederlands met de kinderen. Het is gewoon nog meer mijn taal. Ik ben er sneller in en het is voor de kinderen ook duidelijker. Wel probeer ik het wanneer er andere kinderen bij zijn in twee talen te zeggen of juist de eenvoudige Nederlandse woorden uit te kiezen, zodat de strekking voor hen ook duidelijk is. Wanneer we vriendjes/klasgenootjes hier hebben, dan probeer ik wel zoveel mogelijk (Zwitser)Duits te praten.

Tweetalig opvoeden: op school

We wonen natuurlijk in Zwitserland en het Zwitserduits is een ander taaltje dan het Duits, dat Hoogduits heet.  Ergens is het een beetje te vergelijken met het Fries of plat Brabants. Men schrijft zoals ze het zeggen, er zit amper logica in en weinig vaste grammatica. In de eerste kleuterklas praten ze in het Zwitserduits. In de tweede kleuterklas wordt er wat meer aandacht aan het Hoogduits besteed en praten ze de middagen dat ze naar school gaan, alleen Hoogduits. De onderwijsondersteuning zal ook pas in de tweede kleuterklas Eva helpen met het Hoogduits (wanneer het nodig is).

Op school en op straat moeten de kinderen het Zwitserduits oppakken. We ondersteunen dit door Duitse televisie en series te laten zien en regelmatig in contact te komen met andere moeders en kinderen. Zo ging Eva gelijk al gymmen en ga ik met Liza veel naar zo’n speelgroep met moeders en kinderen. Ook zijn we natuurlijk veel buiten en hebben we een Zwitserse oppas. Zo gaat het zonder stress, heel natuurlijk.

Lezen en schrijven?

Natuurlijk zijn we er helemaal nog niet. Wanneer Eva leert lezen en schrijven op school, dan moet ik dubbel aan de bak. Dan moet ik en met haar Nederlands gaan oefenen en haar kunnen ondersteunen in het Duits. Hoe dat gaat, dat zien we tegen die tijd wel.

Conclusie

Ik denk dat wij het helemaal niet zo slecht hebben aangepakt vorig jaar. Als je ziet hoe Eva nu Duits praat en communiceert. Toch vertelt ze ook dat ze er af en toe niks van begrijpt en dan maar haar vriendjes nadoet op school. Een logisch overlevingsmechanisme lijkt me.

Liza begint nu te laten zien dat ze wel degelijk heel veel verstaat van het Duits. Haar moedertaal is nu echt Nederlands, maar het Duits komt er goed doorheen. En dat is heel bijzonder om te zien.

Vier talen?

Buiten dat de dames twee of een kleine drie talen leren, lijkt het alsof het Engels nog eens natuurlijk er tussendoor komt. Eva praat veel in het Engels thuis (niet correct, maar dat corrigeer ik dan) en Liza reageert met Yes en No en zegt Bye Bye. Wellicht het voordeel van Netflix en Youtube met natuurlijk een vriendinnetje dat in Canada woont. En dan heeft Eva nog een klasgenootje vers uit Frankrijk en een vriendinnetje dat een Deense vader heeft. ‘C’est frais, non?’  

tweetalig opvoeden

Na een dag twee talen aanhoren of spreken, ben je natuurlijk wel erg moe

Marlieke is moeder van Eva en Liza. Ze is in 2014 geëmigreerd naar Zwitserland en houdt je op Lovethat op de hoogte van haar leven daar. Als moeder, als vrouw, als zelfstandig ondernemer en vooral als zichzelf.

2 Comments

  • Ellen

    20 januari 2016 at 06:39

    Zwitserduits is een taal, geen dialect. Binnen het Zwitserduits bestaan er verschillende dialecten- zo wordt er in Eichberg anders gepraat dan in St.Gallen, Zürich of Bern, maar men verstaat elkaar wél.

    Zwitserduits heeft ook grammatica en logica. Wat in de Duitse taal “das” is, is in het Zwitserduits “s”. Wat in Duits “sie” is, is in het Zwitsers “d”. En wat in het Duits “er” is, is in het Zwitsers “dä”.
    Daarom zijn de naamvallen ook in het Zwitsers belangrijk.

    “D Eva isch gross. Ich ga mit dä Eva.”
    “S Chind isch gross. Ich ga mit em Chind.”
    “Dä Felix isch gross. Ich ga mit em Felix.”

    Beantwoorden

Laat hier je reactie achter